Wat mag je bezetten? Lege vloervakken en groen gemarkeerde meubels zijn mogelijke plekken. Elk deelvak van een groot meubel telt apart. Alle andere voorwerpen zijn geblokkeerd.
De basis
Iedereen krijgt een eigen rij én kolom. Dat geldt ook voor het slachtoffer. Bij grotere kaarten blijven sommige kolommen leeg.Bij een vrij gevormde kaart vallen doorzichtige stukken en als water gemarkeerde buitendelen buiten het speelveld. Daar kun je niemand plaatsen; de rijen en kolommen lopen wel door. Alle aanwijzingen moeten tegelijk kloppen. Elk gebied herken je aan de kleur, de naam en de dikke grenslijnen. Let op welke meubels bezetbaar zijn. In de actuele reeksen mogen personen op groen gemarkeerde stoelen, banken, bedden en kleden staan, zitten of liggen. Andere voorwerpen blokkeren hun hele oppervlak. Het overzicht vooraan toont wat bezetbaar is; archiefzaken kunnen hun oudere regels behouden.Het slachtoffer deelt een gebied met precies één andere persoon : de dader. De overige personen staan in andere gebieden. Op het oefenblad en in archiefzaken markeert een stip bij een naam een vaste startpositie . Die kun je niet verplaatsen of wissen.
Noteren en plaatsen
Selecteer eerst een portret en klik daarna op een vrij vakje.
1. Concept Een kleine initiaal in het hoekje: misschien staat deze persoon hier. 2. Definitief Klik met dezelfde persoon geselecteerd nogmaals op het vakje om die plek vast te leggen. 3. Concepten terug Klik opnieuw om de definitieve plek weg te halen en je eerdere aantekeningen terug te zetten.
Je kunt meerdere concepten per vakje én per persoon maken. Concepten tellen nog niet als een plaatsing. Wegstrepen markeert een onmogelijk vakje; Wissen verwijdert een notitie of plaatsing. Met Zet terug draai je de laatste wijziging terug.
Muis en toetsenbord Met A, B, C enzovoort selecteer je de persoon met die initiaal. Een rechtermuisklik zet of verwijdert een kruisje, terwijl je huidige gereedschap actief blijft. Een geplaatste persoon of vaste startpositie wordt hierdoor niet gewist. De letters werken niet tijdens het typen in een invoerveld of wanneer een dialoog openstaat.
Met de plus en min bij de personen schaal je portretten en aanwijzingen. De plus en min bij de kaart veranderen alleen het zoekgebied. Klik op het percentage om de standaardgrootte te herstellen. Je voorkeur blijft op dit apparaat bewaard.
Een klein voorbeeld
× × A × × × ×
Arend staat vast. Zijn rij en kolom zijn nu bezet. De vakjes met een kruis kunnen door niemand anders worden gebruikt.
× ja × ja P ja × ja ×
Naast het voorwerp P. Alleen de vier groene vakjes tellen, binnen hetzelfde gebied. Schuin ernaast telt niet.
Wat betekenen de aanwijzingen?
Rij en kolom Een rij loopt van links naar rechts. Een kolom loopt van boven naar beneden. Nummeren begint linksboven.
Naast Direct boven, onder, links of rechts van een voorwerp, én in hetzelfde gebied. Een dikke gebiedsgrens mag er niet tussen liggen.
Hoger of lager In een hogere of lagere rij. Niet per se direct erboven of eronder, en niet per se in hetzelfde gebied.
Links of rechts van In een kolom verder naar links of rechts. Personen hoeven niet naast elkaar of in hetzelfde gebied te staan.
Direct boven, onder, links of rechts Het vakje direct aan die kant van het hele voorwerp, in hetzelfde gebied. Schuine vakjes tellen niet.
Rand of hoek van een gebied Noord is boven, zuid onder, west links en oost rechts. Een randvak ligt direct tegen die gebiedsgrens. In een hoek komen een horizontale en verticale grens samen.
Hoek van de kaart Eén van de vier buitenste hoeken van het hele rooster. Een inspringende hoek van een gebied telt hiervoor niet.
Een leeg gebied Er is niemand in dit gebied, ook het slachtoffer niet. Een telling van lege gebieden gaat over de hele kaart.
Hetzelfde of een ander gebied Kijk naar de gebiedsnamen en dikke grenzen. Een gebied kan een vrije vorm hebben en meer dan één persoon bevatten.
Naast een groot voorwerp Kijk naar de hele buitenrand van het voorwerp. Een persoon op een ander deel van hetzelfde meubel staat niet naast dat meubel.
Leeg vloervak Een vakje zonder voorwerp. Ook bezetbare meubels, zoals bankjes en vloerkleden, zijn geen lege vloervakken.
Op een voorwerp De persoon bezet het vakje van dat meubel. Een bed of bank kan twee vakjes beslaan; een vloerkleed kan bijvoorbeeld 2 bij 2 vakjes groot zijn. Ieder vakje binnen dat bezetbare meubel is een mogelijke plek, met behoud van de rij- en kolomregel. Grote tafels kunnen meerdere vakken blokkeren.
De enige op een vloerkleed Deze persoon staat op een van de vloerkleden. Alle anderen, ook het slachtoffer, staan niet op een vloerkleed.
Precies twee op een stoel Tel alle personen op alle stoelen samen, inclusief het slachtoffer. Het gaat om precies twee, niet twee per stoel.
Slachtoffer Een persoon die je ook moet plaatsen. In de actuele reeksen heeft het slachtoffer alleen de regel over de moordenaar; de plek vind je via de andere personen en het laatste vrije vakje. Historische archiefzaken behouden hun oorspronkelijke aanwijzingen.
De Martini-kaarten zijn eigen, schematische puzzelindelingen met onderdelen van de huidige kerk; geen actuele bezoekplattegronden. De zesde kerkzaak is een uitzonderlijke finale met zes sterren. De extra torenzaken hebben niveau 3 en 4. Bij een uitgeklapte torenkaart lopen rijen en kolommen door over alle afgebeelde verdiepingen; hoger/lager betekent een hogere/lagere rij in dat rooster.
Zo pak je een zaak aan Begin met een duidelijke aanwijzing, bijvoorbeeld een hoek of een plek naast een herkenbaar voorwerp. Noteer de mogelijke vakjes. Gebruik de rijen, kolommen en andere aanwijzingen om opties weg te strepen. Leg een plek definitief vast zodra er maar één mogelijkheid overblijft. Ga zo door tot iedereen staat. Klik op Controleer . Kijk daarna wie het gebied met het slachtoffer deelt en wijs de dader aan.
Vastgelopen? Kies Een denkstap? . Je krijgt eerst een richting, daarna de uitsluiting en pas als laatste de plek; je plaatst zelf. Je voortgang en notities worden op dit apparaat bewaard.
Terug naar de zaak